jongeren 12-16 jaar
Beter omgaan met gevoel voorkomt problemen bij puber
Slecht kunnen omgaan met gevoelens en psychische problemen zijn in de puberteit nauw met elkaar verbonden. Het is daarom belangrijk dat preventie- en interventieprogramma’s pubers beter leren omgaan met emoties. Dit blijkt uit het onderzoek van Anna Neumann, waarop zij op 24 november promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Neumann toont verder aan dat contact met ouders belangrijk is voor de ontwikkeling van pubers. Toenemende negatieve interacties tussen pubers en hun ouders dragen bijvoorbeeld bij aan de ontwikkeling van agressief gedrag. Positief contact tussen hen vermindert dit juist. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam 1 november 2010
Kanjertraining voor jongeren tussen 12 en 16 jaar en hun ouders
Je bent als jongere op zoek naar je eigen identiteit, wie ben ik, waar hoor ik bij, met wie kan en wil ik me identificeren. Soms loop je daarin vast, vind je geen aansluiting bij anderen, voel je je eenzaam en onbegrepen, of heb je weinig zelfvertrouwen. Je weet je geen raad met je eigen emoties en je wordt misschien zelfs depressief of agressief.
Je kunt de Kanjertraining volgen als… je jezelf in de onderstaande opsomming herkent
- Je gaat (net) naar het Voortgezet Onderwijs en bent daar heel onzeker over
- Je valt buiten de boot, vindt geen aansluiting bij leeftijdgenoten
- je wordt gepest op school, of erbuiten, of je pest zelf
- Je loopt mee met anderen. Je maakt geen eigen keuze in wat je wilt, je doet mee omdat anderen dat ook doen
- Je hebt weinig energie, geen zin en je onderneemt weinig
- Je hebt een negatief zelfbeeld en je vindt het logisch dat je er niet bij hoort
- Je gedraagt je agressief
- je neemt niets en niemand serieus, je maakt overal een geintje van
Welke onderwerpen komen aan de orde?
- Jezelf voorstellen en presenteren
- Iets aardigs tegen elkaar zeggen over jezelf en de ander en met complimenten om weten te gaan
- Met gevoelens en gedachten van jezelf en met die van de ander om weten te gaan
- Ja en nee zeggen. Ja als je iets prettig vindt en nee als je iets vervelend vindt
- Je mening vertellen (maar niet altijd)
- een ander durven vertrouwen en te vertrouwen zijn
- Samenwerken
- Vriendschappen. Wat zijn goede vrienden, hoe onderhoud je een vriendschap, hoe raak je vrienden kwijt?
- De kunst van het vragen stellen/belangstelling tonen. Probeer een ander te begrijpen.
- Kritiek durven en kunnen geven
- Kritiek weten te ontvangen en er je voordeel mee doen
- De kunst van het antwoord geven/vertellen zodat de ander je begrijpt
- Zelfvertrouwen, zelfrespect, trots zijn
- Leren te stoppen met treiteren
In gesprekken met jongeren kunnen ook onderwerpen als pesten en bedreigen door vuilchatters op MSN, of vriendschappen of verkering waarin van onderdrukking sprake is, aan de orde komen.
Centraal in de training staan de vier typetjes;

hork, etterbak, baasspeler, zwarte pet, pestvogel
Ik ben de baas. I am number one.
Ik ben de slimste, de stoerste, de beste, de handigste.
De anderen zijn stom. Naar een mietje luister ik niet.

meeloper,uitslover,onbetrouwbare, rode pet, aap
Ik wil grappig en leuk zijn. Dan hoor ik erbij.
Ik neem niemand serieus. Wat maakt het allemaal uit. Geintje!
Kinderen vinden mij alleen leuk als ik grappig doe.

bange, gele pet, angstige, schuwe, konijn
Ik ben bang en schuw.
Een ander kan alles beter.
Ik kijk goed uit dat niemand vervelend tegen mij doet.
Ik wil lief gevonden worden en erbij horen.
Als iemand boos op mij is, dan is het mijn schuld. Ik had het anders moeten doen.

betrouwbaar, rustig, witte pet, kanjer, tijger
Ik ben te vertrouwen. Ik voel mij verantwoordelijk.
Ik denk positief over mijzelf en over de ander.
Iets aardigs zeggen is leuk.
Ik praat over mijn zorgen.