In de media 2018-03-13T20:48:45+00:00

In de media

‘Pesten vereist een speciale aanpak’

Je bent in gedachten verzonken in een bus, tram, metro, of waar dan ook. Er gaat hoe dan ook geen agressie, uitdaging of anderszins van je uit. Een ‘vet cool’ groepje jongelui komt ongemerkt naar je toe en tuigt je plotseling af. Dit wordt gefilmd door een van de groepsleden van het ‘vet coole groepje’. De groepsleden bekijken thuis het filmpje en hebben plezier om uw angst of schrik. Dat is lachuh!

PUTTEN – ’Kinderen bewust maken van pestgedrag is erg belangrijk. De ervaring leert dat veel kinderen elkaar niet dwars willen zitten, maar dat wel doen. Enerzijds hebben kinderen niet in de gaten dat zij grenzen overschrijden, omdat er nooit een grens is gesteld. Anderzijds weten kinderen niet hoe zij zich anders moeten gedragen. Ik wil wel anders maar ik weet niet hoe.

De mentaliteit van ‘pesters’ is goed te begrijpen wanneer je de regels van de straatcultuur snapt. In de straatcultuur heersen ‘roedelregels’.

Aan de top van de roedel staat de alpha-dog, dat is de top dog. Verder is er een onderscheid te maken in upper- en underdogs. De underdogs tellen niet mee. Ze worden gedoogd, uitgebuit, vernederd, gebruikt, misbruikt en verstoten. Het zijn de sukkels, nobo’s, nerds, mietjes, homo’s, dombo’s, chicks en losers.

Het is de topdog die bepaalt wanneer de roedel (groep) gaat hangen, intimiderend door de buurt gaat lopen, welk taalgebruik cool is, wat status geeft, enzovoorts. In deze roedel/groep/straatcultuur gaat het om: eer, wraak, macht, status en respect voor de    sterkste. In deze groep bestaat er onderling wantrouwen. Likken naar boven en trappen naar beneden. De sterkste is de baas en heeft daarom gelijk. De sterkste gaat ervan uit dat hij niet door de zwakkere wordt verlinkt. Dit geeft de sterkste de kans om allerlei vervelende en nare zaakjes te organiseren.

Opvoeders zullen duidelijk moeten maken wat wel en niet kan. Kortom: Wat is vervelend gedrag? Vervolgens zul je als opvoeders in de begeleiding van kinderen moeten uitleggen en oefenen wat aanvaardbaar gedrag is. Opvoeders bepalen de spelregels, stellen en bewaken de grenzen. Niet de kinderen.

  • Thuis bepalen je vader en moeder uiteindelijk wat wel en niet kan.
  • Op straat bepalen uiteindelijk oudere mensen en politie wat wel en niet kan.
  • Op school bepalen leraren uiteindelijk wat wel en niet kan.

Maar hier komen we op het punt dat in veel gezinnen geen duidelijk gezag aanwezig is. Ouders kunnen, durven of weten niet hoe ze ouderlijke verantwoordelijkheid moeten dragen en zijn onvoldoende in staat grenzen te stellen en te handhaven Hetzelfde geldt voor gezag op school en op straat.

Veel opvoeders zijn geneigd verklaringen te zoeken voor het gedrag van hun kind en doen dat door te zoeken naar oorzaken in het verleden. Daar is niets mis mee, maar de oorzaak van een conflict is vaak niet interessant. De focus van ouders moet meer liggen op het veranderen in het gedrag van hu zoon of dochter.

Jacqueline Mijnten: Zo kom je op het eenvoudige standpunt uit wat wij als kanjertrainers uitdragen;  Kijk meer naar de toekomst. Wat wil je eigenlijk bereiken? Wat is je verlangen? Zou je ermee willen stoppen? En als je geen onderdeel meer wilt uitmaken van die straatcultuur wat is er dan voor nodig om ermee te stoppen? Onmacht versus onwil.

Er zijn jongens en meisjes die absoluut volharden in hun negatieve houding. Dat kan tijdelijk zijn door grootspraak en het hoog houden van de ‘eer’, maar veel vaker merk je dat deze jongens en meisjes wel goed willen maar niet weten hoe.

  • Ik wil helemaal niet vechten, maar ik heb al een stomp uitgedeeld voor ik het weet. Mijn moeder zegt dat ik impulsief ben. Ik denk dat iedereen wel blij zal zijn als ik minder vecht.
  • Ik wil helemaal niet uitscheleden, maar ik kan mij niet inhouden als iemand iets tegen mij zegt dat ik niet leuk vind.
  • Ik wil helemaal niet pesten, maar voor ik het weet heb ik een vervelende opmerking gemaakt.
  • Ik wil helemaal niet liegen, maar soms is het moeilijk te vertellen wat er precies gebeurde.

De aanpak van opvoeders moet liefdevol zijn als er sprake is van onmacht en grens stellend als er sprake is van onwil waarbij opgemerkt moet worden dat het stellen van grenzen nodig is uit liefde voor het kind. Anders gezegd: een goede opvoeder durft onaardig te zijn.

Het is daarom van fundamenteel belang dat ouders bij hun opvoedingstaken voldoende ondersteuning krijgen. Hier ligt mijns inziens een belangrijke taak voor de jeugdzorg.  Geef ouders die dat nodig hebben voldoende handvatten en ondersteuning, zodat zij hun kinderen op een goede manier kunnen coachen en ondersteunen.

De Puttenaer 27 september 2017
Kanjertraining bij Praktijk Mijnten

PUTTEN – De vraag naar trainingen om kinderen sociaal vaardiger te maken is de laatste tijd sterk gegroeid. De achtergrond is meestal dat kinderen gepest worden of zelf pester zijn. Dat merkt Jacqueline Mijnten, die in Putten en Amersfoort al bijna tien jaar zogeheten Kanjertrainingen verzorgt. Daarbij begeleidt ze niet alleen kinderen, maar ook de ouders die vaak met allerlei vragen zitten.

De massale media-aandacht voor pestgedrag heeft geleid tot bewustbewording en bezorgdheid bij ouders, merkt Mijnten. Twee recente zelfmoorden onder jongeren vormen daarbij een schrikbeeld. ,,Terwijl het nog maar de vraag is of een kind echt dood wil, als het zegt dat het een doodswens heeft”, aldus Mijnten.

In de training leert zij kinderen (weer) positief over zichzelf te laten denken. Pesten gebeurt het meest in groep zeven en acht van de basisschool en in de onderbouw van de middelbare school. ,,In deze leeftijdsfase is het erg belangrijk om erbij te horen,” weet Mijnten. ,,Gepesten lopen een grotere kans om faalangstig te worden, eenzaamheidsgevoelens te hebben, een negatief zelfbeeld te ontwikkelen, psychosomatische klachten te krijgen en zelfmoordgedachten te hebben.”

En ook pesters kunnen lijden onder hun eigen gedrag. ,,Zij kunnen geïsoleerd in de groep komen te staan, leren daardoor geen nieuwe sociale vaardigheden aan en blijven zich agressief gedragen.” Volgens Mijnten bezit de pester onvoldoende sociale vaardigheden en kan die zich in de groep alleen redden door stoer gedrag. Door het pesten wordt de pester sterker en de gepeste zwakker. ,,Meestal wordt er niet gepest uit afkeer of haat jegens de gepeste. Eigenlijk kun je stellen dat pestgedrag vaak voortkomt uit eigen zwakheid, onmacht en onzekerheid.”

De gepeste komt niet goed voor zichzelf op. ,,Hij is niet weerbaar en wordt daarom het snelst gepest. Hierdoor voelt de gepeste zich nog onzekerder.

Het zelfvertrouwen neemt verder af waardoor de gepeste vaak in een negatieve spiraal terecht komt.” Leerkrachten kunnen een belangrijke rol spelen. ,,Ik kom soms zelfs leraren tegen die zelf pesten en een leerling in bijzijn van hun klasgenoten genadeloos te kakken zetten. Als het goed is staat de leraar buiten het pestgedrag en signaleert hij het pesten.” Een helder anti-pestprotocol op school is cruciaal vindt Mijnten.

Ouders kunnen in hun opvoeding het beste zoeken naar een balans tussen ‘beschermen en loslaten’. ,,Belangrijk is dat je als ouder houdt van je kind, je kind vertrouwt en dat je reacties als ouder geen uitingen zijn van eigen ergernis, irritatie, angst en onmacht.”

De Stentor 7 januari 2013